Jerry is 43 en dement en zijn vrouw zegt: ‘Jerry is beetje bij beetje aan het verdwijnen!’ Prof. Rik Vandenberghe, hoofd van de afdeling Neurologie van het UZ Leuven beweert dat er al patiënten van jonger dan dertig jaar zijn. Onder de zestig komt meer dementie voor en na de zestig Alzheimer. In beide gevallen gaat het om zenuwcellen die verloren gaan in delen van de hersenen. Bij Alzheimer is het eerder het geheugen dat afneemt, bij jong dementie is het de woordenschat die inkrimpt en veranderingen in het gedrag. Het is verontrustend dat dementie steeds vaker voorkomt.

 Jerry lijkt een gezonde man van 43 jaar, maar de werkelijkheid is een ander verhaal. Jerry lijdt aan jongdementie, een ziekte met een verwoestende werking in het hoofd. Toch is er hoop om het mentale welbevinden te verbeteren en het isolement te doorbreken. De oplossing is bewegen, vooral wandelen, lopen en zwemmen zijn de beste vormen. Meestal dient dit te gebeuren onder begeleiding omdat deze mensen gemakkelijk de weg kwijt geraken of een gevaar zijn in het verkeer. Een gezonde voeding, vooral voedingsmiddelen die rijk zijn aan natuurlijke suikers, vitaminen en mineralen zoals fruit, bessen, watervruchten, honing, maar ook noten, zaden en pitten hebben een afremmende werking en bieden een mentale en emotionele ondersteuning.

Bewegen
Het effect van bewegen is gemakkelijk te verklaren. Als we bewegen verhogen we de ademhaling en maken we de spieren soepel waardoor we beter functioneren. Gifstoffen worden geneutraliseerd of we ademen ze uit zodat ze geen negatieve invloed hebben op de hersenen. Het belangrijkste effect is de verhoogde doorbloeding. Bloed voert voedsel, zuurstof en warmte aan en voert gifstoffen af. Dementie is een ernstige aandoening op cellulair niveau en daar heeft bewegen geen directe invloed op, maar volgens onderzoeker mag deze indirecte invloed niet verwaarloosd worden. Met bewegen gaat men dementie niet genezen, maar wel de ziekte afremmen en het mentale welbevinden verhogen.

Tasten in het duister
De medische wereld tast volkomen in het duister omdat de oorzaak van jongdementie en van Alzheimer nog niet is achterhaald. Soms is er een genafwijking, maar vaak ook niet. Onderzoekers leggen gemakkelijk de oorzaak op de hoge leeftijd, maar dat klopt niet. Uiteraard brengt ouder worden een verhoogd risico op dementie of andere ziekten met zich mee. Op 5 miljoen Nederlandstalige Belgen lijden er op dit ogenblik ongeveer 3.500 aan jongdementie. Men gaat er vanuit dat er in 15 jaar tijd een stijging is van dementie in het algemeen die op 57% wordt geschat. Dat is een verontrustende vaststelling.

 Vergrijzing
Onderzoekers hebben de neiging om dementie te omschrijven als een ouderdomsziekte. Bijna de helft van de negentig plussers lijdt aan dementie. Naarmate de bevolking ouder wordt en langer leeft, zullen er meer dementiepatiënten zijn. Er wordt beweerd dat in het rustige Zutendaal, een landelijke gemeente in het groen in Belgisch-Limburg, de grootste stijger is met 92,7%. In de grote steden ligt het percentage veel lager omdat door immigratie er een veel jongere bevolking is. We twijfelen niet aan al dat rekenwerk, maar dat brengt ons geen stap dichter bij het probleem. Men stelt vast dat er zowel wat jongdementie als Alzheimer betreft, er een verontrustende stijging is. Er zijn steden en gemeenten die zich al het label ‘dementievriendelijkheid’ toekennen. Een merkwaardig initiatief, maar dat wijst erop dat het probleem zich veralgemeent.

Gedragsverandering
Bij jongdementie zijn het vooral gedragsveranderingen die voor problemen zorgen. Het begint vaak met ongeduldigheid, alles moet onmiddellijk gebeuren. Activiteiten worden vaak herhaald wat tot dwangmatigheid leidt. Men doet allerlei dingen omdat men het niet kan laten, zo stoort men onbekenden en past men geen regels van wellevendheid toe. Bij het wandelen worden bijvoorbeeld de stappen dwangmatig geteld. Aanvankelijk is men zich bewust van zijn toenemende beperkingen, maar doordat de ziekte zich voortzet, neemt het besef af. In dat stadium zijn deze patiënten meestal gelukkig in hun gesloten wereldje. Voor de omgeving is het een zware opgave.

Een moeilijke levensfase
De moeilijkste levensfase is deze die de diagnose voorafgaat. Als ouder, partner of collega’s op het werk merkt men een fragmentarische gedragverandering. Soms is men opvallend ongeduldig, geeft men een ongepast antwoord of vertoont men een vreemd gedrag. Omdat dit sporadisch gebeurt, brengt men deze symptomen niet in verband met jongdementie. Er doen zich op het werk problemen voor, maar ook op relationeel vlak. Er zijn koppels die uit elkaar gaan omdat ze dit veranderend gedrag niet in verband brengen met jongdementie. Dat is jammer want juist bij deze ziekte heeft men de steun van elkaar hard nodig. De diagnose, hoe zwaar deze ook overkomt, brengt duidelijkheid waardoor men een verklaring heeft voor wat er allemaal misgaat. In een vroeg stadium kan men de ziekte wel degelijk afremmen en er zich beter op voorbereiden.

Samenleving is niet voorbereid
Onze samenleving is niet voorbereid op jongdementie. Het is nog steeds niet erkend als handicap en staat niet op de lijst van zware ziekten, er is geen dagopvang en het is niet verantwoord om deze patiënten bij ouderen onder te brengen. Er zijn geen medicijnen en een echte behandeling is er niet. De ziekte voorkomen, afremmen of zo goed mogelijk laten verlopen is een uitdaging. Het vervuilde milieu, stress, industrieel verwerkt voedsel, toegevoegde suikers, bepaalde voedingsadditieven (E-nummers) en nog een groot aantal onbekende factoren dragen ongetwijfeld bij aan de snelle evolutie van zowel jongdementie als Alzheimer. De vraag waarom de ene dement wordt en de andere niet valt moeilijk te beantwoorden. Zolang men de oorzaak niet kent, kan men zich alleen richten op de uitlokkende factoren. Eindelijk is men ervan overtuigd dat de opwarming van de aarde een feit is en veroorzaakt is door onze onverantwoorde levenswijze. Misschien komt er een dag dat men dit ook zo voor dementie gaat inzien.