+32-(0)89 355246

Hoe ziet het voedsel van de toekomst eruit?

Hoe ziet het voedsel van de toekomst eruit?

Hoe ziet het voedsel van de toekomst eruit?
Meer plantaardig, minder dierlijk.

Onderzoekers maken zich zorgen over de voedselvoorziening van de toekomst door enerzijds de explosie van de wereldbevolking en anderzijds door de opwarming van de aarde. We gaan er vanuit dat er in de toekomst meer plantaardig en minder dierlijk voedsel wordt gebruikt. Onderzoekers denken daar anders over, zij gaan op zoek naar dierlijk voedsel dat aansluit op de vleesvoeding zoals insecten, kweekvlees, micro-organismen of voedsel uit de 3D-printer. Ze zoeken in de verkeerde richting waardoor het probleem groter en onoplosbaar wordt. Moet men niet eerst een antwoord vinden op de vraag: wat is voedsel?

Een milieuheffing dringt zich op
De wereldbevolking groeit sterk aan en de opwarming van de aarde laat nu al zien dat het steeds moeilijker wordt om het huidig landbouwsysteem te handhaven. Door langere periodes van droogte brengen de oogsten steeds minder op en moet men zuinig met voedsel omgaan. Omzetting van plantaardig naar dierlijk voedsel via de dierhouderij is onrendabel. Men heeft minstens 7 kg plantaardig eiwit in veevoeder nodig om slechts 1 kg dierlijk eiwit via vlees te produceren. Bovendien is dit milieubelastend en een aanslag op de dierenrechten. De Overheid heeft geen andere keuze dan drastisch in te grijpen en het houden van dieren voor menselijke consumptie te beperken. Een milieuheffing op vlees is een dringende noodzaak. Voedsel is de drijvende kracht die ieder levend wezen nodig heeft om zich in stand te houden, zich te ontwikkelen en voort te planten. Wetenschappers tonen aan dat de plant de basis is van alle voedsel op aarde. De plant is in staat om via haar wortels uit de aarde anorganisch materiaal en water op te nemen en via de bladeren en bloemen zonlicht op te vangen in de vorm van biofotonen, m.a.w. de plant kan zonne-energie omzetten in chemische energie om daaruit eiwit, vet en koolhydraat te vormen.

Referentiekader
Voedingsdeskundigen benaderen voedsel louter chemisch, d.w.z. vanuit de inhoudsstoffen en gaan alleen van hoeveelheden uit. Ze houden er geen rekening mee dat voedsel uit levende organismen bestaat en dat iedere bewerking een vermindering is van de levenskracht en dus ook van de kwaliteit. Een voedingsmiddel beschermt zichzelf tegen invloeden van buitenaf door de schil, een harde schaal zoals bij noten of door versterkt weefsel. Bladgroenten kunnen dat niet, ze zijn kwetsbaar en niet lang houdbaar. Als we een voedingsmiddel mechanisch bewerken, d.w.z. doorsnijden, pletten, malen of fijn mixen dringt licht en zuurstof binnen en ontstaat er oxidatie, herkenbaar aan de bruine kleur. Het afbraakproces is ingezet en kan door citroensap, azijn of door koel en donker te bewaren afgeremd worden. Als we het voedsel verhitten door te koken, braden of bakken worden de voedingsstoffen geheel of gedeeltelijk vernietigd. Onderzoek toont aan dat, indien iemand uitsluitend rauw en onbewerkt voedsel gebruikt, 50% minder voedsel nodig heeft. Omdat gekookt en bereid voedsel tot de eetcultuur behoort, is het een utopie om te pleiten voor een terugkeer naar 100% rauw voedsel. Het is echter zinvol om rauw voedsel als referentiekader te gebruiken, d.w.z. dat men de resultaten van een voedingsonderzoek altijd vergelijkt met een rauwkost dieet. Hoe dichter een voedingspatroon aansluit op het referentiepunt, des te beter is de kwaliteit en is de ecologische voetafdruk aanzienlijk kleiner.

Vlees
Onderzoekers gebruiken nog altijd vlees als hun referentiekader. Biologen tonen aan dat we geen carnivoren of vleeseters zijn, m.a.w. we beschikken in vergelijking met vleesetende dieren niet over fysieke kenmerken zowel wat het gebit, het verteringsstelsel en de stofwisseling betreft. Onderzoeken tonen aan dat de mens al vanuit de oertijd vlees als voedsel heeft gebruikt, maar dat ons DNA nog steeds niet is aangepast. We hebben nog altijd alle kenmerken van een fructivoor of vruchteneter. De WHO raadt de bevolking aan weinig vlees te gebruiken omwille van de dierlijke eiwitten, de verzadigde vetzuren (harde vetten), het cholesterol en het ontbreken van ballaststoffen zoals ruwe vezels. Er is een direct verband tussen het eten van grote hoeveelheden vlees en een verhoogd risico op darmkanker. Over de nadelen van vlees op de gezondheid, dierenrechten en het milieu is enorm veel gepubliceerd.

Er wordt minder vlees gegeten
Het is een feit dat er minder vlees wordt gegeten, dat het aantal vegetariërs en veganisten stijgt en dat de consument bewuster omgaat met zijn voedsel. Toch mogen we niet naïef zijn, er wordt nog ontzettend veel vlees gegeten. In de horeca domineren de vleesgerechten op de menukaart, hoewel men openstaat voor het vegetarisme. Duitsland kent het hoogste aantal vegetariërs, maar zij maken slechts 10% uit van de bevolking, d.w.z. dat 90% regelmatig tot dagelijks vlees eet. Toch pleit men er voor om vlees te beperken. Het ligt voor de hand dat in de toekomst steeds minder vlees wordt gebruikt en dat de Overheid vanuit ecologische standpunt, maar ook voor de gezondheid en de dierenrechten maatregelen zal moeten treffen. Bovendien wordt veel verwacht van het particulier initiatief om in de toekomst voor meer plantaardig voedsel te kiezen. Onderzoekers die zich buigen over de toekomst van ons voedsel kijken de andere kant op en zoeken naar oplossingen om vlees te vervangen.

Insecten
Er wordt druk geëxperimenteerd met insecten als vervanging van vlees. Een echt succes kan men het niet noemen. Bovendien leveren insecten dierlijk eiwit, verzadigde vetten en cholesterol. De verhouding eiwit/vet ligt bij insecten ongunstig. Over het gezondheidseffect is te weinig bekend. De EU beveelt kleine hoeveelheden insecten per maaltijd aan, nooit meer dan 45 gram/dag. Net als in de veehouderij zijn er negatieve effecten op het milieu, ook al zijn die minder groot. De mensen zijn afkerig van insecten, ze doen griezelig aan en het dierenleed geldt ook voor insecten. Daarom probeert men insecten in voedingsproducten te verwerken zoals in worst of in combinatie met gehakt.

Kweekvlees
Kweekvlees is afkomstig uit stamcellen die in een toestel gevoed worden met eiwit, vet, koolhydraat en water zodat ze zich vermenigvuldigen tot dierlijk weefsel. Ook hier wordt plantaardig voedsel omgezet in dierlijk weefsel. De productiekosten liggen vrij hoog. Zowel uitzicht als smaak hebben weinig met echt vlees van doen. Ook hier geeft men de voorkeur aan vleeswaren op basis van kweekvlees. In principe kan men kweekvlees maken uit alle dieren die voor consumptie worden gebruikt zoals kalkoen, kip of vis.

Micro-organismen
Men hoopt micro-organismen om te zetten in voedsel zoals dat nu al het geval is met quorn, een bekende plantaardige vleesvervanger. Bij het ontwikkelen van plantaardige vleesvervangers op basis van soja, peulvruchten, granen of groenten probeert men altijd de structuur en de smaak van vlees na te bootsen, terwijl dit absoluut niet nodig is. Men moet anders over voedsel leren denken door een mentale overschakeling.

Zeewier en algen
In de Oosterse keuken zijn zeewier en algen gebruikelijke plantaardige ingrediënten. Ze worden echter in kleine hoeveelheden gebruikt omwille van de zoutsmaak. Het probleem is echter dat de zeeën enorm vervuild zijn en moeilijk in het Westers voedingspatroon geïntegreerd worden.

3D printer
Met een 3D printer kan men voedsel in allerlei vormen printen wat vooral in de gastronomie voor verrassingen kan zorgen. Onderzoekers naar de toekomst van ons voedsel zien daarin nieuwe mogelijkheden voor de bereiding van voedsel voor restaurant en eethuisjes. Alles kan naar hartenlust geprint worden. Het grote nadeel is echter dat het voedsel eerst tot poeder moet herleid worden en daardoor het grootste deel van zijn levenskracht verliest.

We staan voor een dringende uitdaging. We moeten anders met voedsel omgaan door voorkeur te geven aan gifvrij, plantaardig en milieuvriendelijk voedsel. We moeten de voorkeur geven aan voedingsmiddelen en voedingsproducten zoveel mogelijk beperken.